zondag 1 november 2009
update
Medische kosten voor enkele ouders van The Dhaka Project studenten.
De totale kost bestaat uit dokters rekening, medicijnen en transport kosten van en naar de verschillende hospitalen.
Mina , moeder van Abu Hanif klas 4 (gynaecologische problemen)
3713 BDT
Kushida, moeder van Rubel klas 5 (gynaecologische problemen)
2515 BDT
Golam, vader van Rubel klas 5 (goedaardig gezwel op het been)
2482 BDT
Ruma, moeder van Sujon baby opvang (nierinfectie)
840 BDT
Alamin kind uit de buurt (scabies)
348 BDT
Majeda, moeder van Rahim klas 3A (nierinfectie)
5000 BDT
Deze lijst bevat vooral gebruiksgoederen voor families, kinderen of de school.
De zeep en tandenborstels werden aangekocht om een andere donatie bij te spekken zodat ieder kind deze items ontving.
De webcam wordt gebruikt in de school en om de kinderen met hun sponsors te laten spreken.
ECA items waren tennisbal, tafeltennis set, tafeltennis balletjes, 2 carrom sets (Bangladesh spel), 4 op een rij spel,..
Chargerlights zijn lampen op batterij voor wanneer de electriciteit weg valt.
De huishuur en andere levensmiddelen voor Shuvo Ali werden aangekocht om een alleenstaande moeder in nood te helpen. Zij stond op het punt haar 1 maand oude baby te verkopen voor 70 euro.
Morgina is een andere alleenstaande moeder die tijdelijk word geholpen.
Deze 2 moeders worden tijdelijk geholpen en gedurende deze tijd word ze een vak aangeleerd om ze zelfredzaam te maken.
Tot nu toe werd ongeveer 32014 BDT uitgegeven. Afhankelijk van de wisselkoers ongeveer 320 euro.
zondag 28 juni 2009
dhaka juni 2009
Mymensingh
Ooit stond ik argwanend vanuit India neer te kijken in een overstroomd Bangladesh.
Mijn enige reden enkele jaren geleden om naar dit vreemde land te komen was luiheid.
Mijn eerste fietsvakantie naar Parijs was fysiek verschrikkelijk zwaar omdat ik de Ardennen over moest. Door mijn gebrek aan ervaring in lange afstandsfietsen leken het wel cols buiten categorie.
Van Bangladesh wist ik dat het zo plat was als de Antwerpse kempen.
Sindsdien heeft de onvoorspelbaarheid van de mensen en de overvloed aan tegenstellingen in het land mij in zijn greep.
Blijkbaar gaf ik in mijn vorig verslag de indruk dat het moeilijk ging.
Inderdaad gaf ik de situatie erg direct weer.
Het was en is niet gemakkelijk maar het was nooit mijn bedoeling om een gemakkelijk jaar te hebben.
Het komt er uiteindelijk op neer dat alles wat je doet, gericht is op het veranderen van gedrag op korte en lange termijn.
Kijk maar naar jezelf als je je gedrag wil veranderen.
Anderzijds zijn er ontelbare mooie momenten die mijn tijd hier goed maken.
Eén voorbeeld zijn de WC's in de school. Kinderen zijn van thuis uit niet gewend om het WC door te trekken.
Gevolg een stinkende onsmakelijke pot wacht op de volgende leerling. Een bezoeker weet soms vanop afstand waar de toiletten zijn.
De volgende leerling maalt er niet om want hij/zij is dat gewoon van thuis. Een kuisvrouw die regelmatig een emmer door het WC kiepert is nu de oplossing!
Beslissen om een jaar in Bangladesh te leven doe je niet in een handomdraai. Sinds mijn eerste reis in 2007 wist ik dat ik terug zou komen.
Toch negeerde ik die gevoelens en deed ik wat iedereen van mij verwachtte. Werken en leven in Belgie.
Ik worstelde erg lang met deze tweestrijd waarvan ik de allereerste seconde al wist welke weg ik op moest.
Waarom? Dat is voor mij ook een raadsel.
Zou ik echt naar Bangladesh komen om hier tegen mijn goesting te zijn?
Ik verdrong die passie in mij om toch maar aan het ideaal “werk voor je pensioen, een huis,...” te voldoen.
Tot je op een gegeven moment met jezelf gecontronteert word. Ik voelde me simpelweg niet goed in mijn vel. Alhoewel ik in principe alles had om content te kunnen zijn. Op materialistisch gebied toch.
Vertellen dat je naar Bangladesh gaat is voor veel mensen een schok.
Wat mij verbaasde is dat veel mensen je gewoon classeren als onbruikbaar, vermijden als de pest. Eindelijk hebben ze een rede om je als minderwaardig te behandelen.
Een grijns die verraad hoe ze op je neerkijken, gij sukkelaar... . Of een gezicht dat de onmacht van het niet begrijpen verklapt. De onmacht om zich uit te drukken en daarom maar beslist om te ontkennen.
Of mij theatraal met alle clichés van ontwikkelingshulp bestoken om hun onmacht een uitweg te geven.
Een niet standaard leven leiden is voor veel mensen geen optie en dat gaat veelal gepaard met bekrompenheid.
Geloof me ik heb allerlei toestanden verwerkt gekregen, van FBI- achtige ondervragingen zwanger van vooroordelen tot vragen of ik seniel was.
Ik vroeg me soms af waar ik eigenlijk beter ontwikkelingshulp zou doen.
Gelukkig waren er, vooral uit onbekende hoek, talrijke aanmoedigingen en uitingen van trots.
Dit om even te verduidelijken dat het voordien ook niet gemakkelijk was. Moet je het dan maar niet doen omdat het moeilijk is!
Tot nu toe heb ik nog geen enkele seconde spijt gehad van mijn tijd in Bangladesh. Behalve toen er een maniak over mijn kleine teen reed.
Sinds mijn laatste bericht zijn er toch enkele vernaderingen gebeurt.
Korvi is ontslagen en daar heb geen spijt van. Hij was een one man show die zijn team niet erkende.
We hebben de afgelopen periode veel tijd gestoken in het up to date maken van de sponsor formulieren.
Dit houdt in dat we per twee op huisbezoek gaan. Per klas bezoeken we al leerlingen en hun gezin.
Een niet te missen ervaring. Je ziet de levensomstandigheden van de families in alle facetten. Je denkt dat in een sloppenwijk alles op elkaar lijkt maar dat is zeker niet zo.
Een huis is meestal 12m2 groot. Een groot bed, een kledingrek en een kast met bestek en kookgerief. Dan spreek je over een “welgesteld” gezin.
De minder begunstigden hebben dezelfde ruimte maar geen bed, de kleding hangt over een koord langs de wand.
Wat ze wel allemaal gemeen hebben is de onnavolgbare gastvrijheid.
Altijd horen we “kom binnen, zet u”.
Schoenen uit, op het bed in kleermakerszit. Om die plaats te bereiken moet ik oppassen om mijn hoofd niet te verliezen aan de laag hangende ventilator.
We stellen vragen over de gezinssituatie, inkomen, problemen,...
Zelden leven er minder dan 5 mensen in zo'n ruimte.
Daken zijn lek want ze zijn onprofessioneel vast getimmerd. Dit betekent rechtstaan 's nachts wanneer het regent. Op het zelfde moment wordt er een pot onder de lek gezet.
In sommige huizen hangt een zure geur van teveel mensen op een hoop. Het is een typische geur van deze huizen. Het zit overal in.
Soms kom je binnen tijdens een ruzie wat niet betekent dat men stopt met discussiëren. Andere families stralen van geluk.
Een man brak uit in een onbedwingbare huilbui. Zijn vrouw had hem net in de steek gelaten met 3 jonge kinderen.
Wat kan je doen, ik gaf hem maar een knuffel en enkele schouderkloppen.
Weer anderen beginnen te klagen en vragen om ietste krijgen. KRIJGEN KRIJGEN KRIJGEN dat kennen ze goed hier maar er iets voor doen.
Hier merk je erg goed de “we leven vandaag en niet morgen” ingesteldheid.
En voor veel mensen is dat nog een feit.
Geld schiet er niet over na het aankopen van simpele etenswaren zoals rijst, aardappelen, linzen, kruiden e.d.
Zelfs voor leerkrachten is het maandelijks salaris net voldoende om een maand te overbruggen. Sparen?! Ze genieten liever van hun sigaret en thee met de collega's.
Eén moeder spant de kroon, ze is huisvrouw en telkens we haar huis betreden zijn we zeker een uur kwijt. Eens zij begint te ratelen weten we al de roddels van de buurt. Ze stopt enkel met praten wanneer je vraagt waarom ze haar dochter op 12-jarige leeftijd heeft uitgehuwelijkt. Ander onderwerp en de dame is weer vertrokken.
Om de één of andere reden is deze vrouw erg gelukkig en straalt dat van haar af.
Op een dag liep ik Abu Hanif, een leerling in klas 3A tegen het lijf met een grote thermos thee.
Ik beloofde hem te vergezellen op één van zijn volgende thee rondes.
Op de afgesproken dag kwam hij me zenuwachtig afhalen aan mijn adres.
Zijn vader is bijna 60 en niet al te fit. Om het familie inkomen aan te spijzen verkoopt hij of zijn zoon thee in de buurt. De moeder werkt in het project en verdient 3000 taka per maand.
Abu begint meteen thee te brouwen. Alle kinderen uit de buurt zijn opgewonden met mijn aanwezigheid. Mijn grote camera doet zijn best om ieder smoeltje even veel aandacht te geven.
Eens het water kookt worden zorgvuldig alle ingrediënten toegevoegd. Alles wordt precies uitgemeten, alles draait om centen.
De kruidnagel moeten 3 stuks zijn in plaats van 4. De andere ingrediënten zijn onder andere laurierblad, cardemom, kaneel, suiker, zout,...
Vader en zoon werken zachtjes samen als een geoliede machine.
Blikken worden uitgewisseld waarbij beide partijen weten wat er gedaan moet worden. Van op de achtergrond komen er op vredige toon subtiele instructies. Ik denk niet dat deze man dikwijls zijn stem verheft.
Als laatste wordt de thee aan het brouwsel toegevoegd. Nadat alles goed heeft doorgekookt wordt de thee over een filter in de thermos gegoten.
In een emmer met water worden 4 kleine tasjes geplaatst. Abu snijdt de limoen in te kleine stukjes en de vader fezelt dat ze wat groter mogen.
We vertrekken via een labyrint van kleine gangetjes langs verschillende huizen naar een riksja garage.
Iedereen zit wezenloos voor zich uit testaren. Hier wordt niets verkocht.
Eens we verder trekken leer ik al snel dat Abu zijn vaste klanten heeft.
Bij elke potentiële klant zegt Abu met zijn heze stem “cha khaben” (thee eten)?
Van de andere kant komen er weinig woorden aan te pas.
Een hoofd en/of oog beweging zijn genoeg voor Abu om te weten of hij iets zal verkopen.
Nu ik als een vlieg rond Abu beweeg hebben de mensen een gespreksonderwerp. Meestal wordt mij ook een tas aangeboden maar na enkele tassen bedank ik vriendelijk. De thee is lekker maar teveel steekt tegen.
Abu vreest dat hij niet veel zal verkopen vandaag nadat er enkele mensen vlak na elkaar niets gedronken hebben.
Telkens ik een foto van Abu wil nemen kijkt hij verlegen weg. “Abu you have a beautiful face” zeg ik. Hij glimlacht en ontspant tegelijkertijd.
Na verloop van tijd stoort mijn aanwezigheid minder en begint hij te vertellen.
Op mijn vraag of hij soms lastige klanten heeft antwoord hij ja maar zegt niets meer.
We lopen heel Gawair Main Road af tot aan Koshai bari railway crossing.
Een bende lummelende bestelwagen chauffeurs zijn geinteresseerd in mijn aanwezigheid maar niet in de thee.
Als we terugkomen bestellen ze thee. Het begint de regenen en we zoeken beschutting onder een rij bomen.
Twee kerels weigeren te betalen en kruipen achter het stuur van hun wagen. Abu staat bij het raam achter zijn geld te vragen. Wanhopig werpt hij een blik naar de andere kerels.
Het schouwspel neemt enige tijd in beslag vooraleer iemand anders de 4 taka betaalt.
Abu legt me later uit dat wanneer mensen niet betalen hij niet weg gaat zonder zijn geld.
Onder weg ontmoeten we allerlei figuren. De lokale politieke leider die ik arrogant beantwoord omdat hij nogal aggressief over kwam. Een dove met een foto winkel die waterproblemen had voor zijn deur, lokale zakenmannen waarvan omstaanders vertellen wat ze allemaal bezitten. De zakenman luistert trots!
Drie uur later heeft Abu 24 tassen thee verkocht voor 48 taka (0.5 euro).
Geen enkele dag is tot nog toe hetzelfde geweest. De dag begint meestal met het bereiden van mijn ontbijt. Roti, een plat zelfgemaakt brood bestaande uit bloem, zout en wat olie. Het is klaar in een handomdraai.
Dit tesamen met een roerei of aloo bhaji (Bengaalse gebakken aardappelen) is overheerlijk.
In het kantoor doe ik wat bureauwerk of vertrek ik samen met Jewel, de vrijwilligers manager, Dhaka in om één of andere taak te verichten. Zoals giften afhalen in Westinn hotel.
Op andere dagen worden de giften bestaande uit kleding uitgedeeld aan de kinderen.
Soms ontvang ik gasten uit Dubai of neem ik foto's voor het project om individuele donoren te bedanken.
In de late namiddag geveen we les aan volwassen die Engels willen leren.
's Avonds geef ik extra les aan leerlingen die dat willen. Als ze komen opdagen tenminste. Ze leven zonder klok en het kan zijn dat ze heel wat later opduiken dan afgesproken. Na enkele minuten les kijken ze verwondert als ik ze naar de deur wijs.
De klas begon om 19:00 en jij hebt 50 minuten verkwanselt. Maar meester mag ik dan op de computer spelen!
Jao-jao-jao en ze zijn vertrokken.
Op een avond klopte Rubel, klas 4 met enkele buurtjongeren op de deur.
Ze zijn ongewoon kalm en kijken mekaar wat aan.
“Niets, niets” antwoord men als ik vraag wat er mankeert.
Tijdens het binnenkomen had ik al opgemerkt hoe Rubel met een grimas voort pikkelde.
Dan komt de aap uit de mouw en stel ik voor om naar het ziekenhuis te gaan. Na een röntgen foto weten we dat er niets gebroken is. De opluchting in zijn gezicht sprak boekdelen.
De volgende morgen bezoek ik hem. Zijn vader maakt hem met eem forse por wakker. Slaperig teent hij naar buiten om wat water door zijn gezicht te werpen. Vanop het bed zie ik hoe de familie zijn ochtenrituelen uitvoert.
Het ontbijt wordt willekeurig door iedereen naar binnen gewerkt.
Rubel zit op de rand van het bed. Zijn moeder staat voor hem recht met een bord rijst met aardappel puree. Haar hand brengt een samengekneed mengsel tot op mondhoogte en Rubel laat zijn moeder de grote prop in zijn mond schuiven.
Dit tafereel maakt me sprakeloos en ik tuur een tijd in het oneindige. Het doet me denken aan de manier hoe vogels hun jongeren voederen.
Nee nee ik heb genoeg! Een laatste prop verdwijnt in Rubels mond en met tegenzin op zijn gelaat slikt hij alles door.
Waarom voedert jouw moeder je zo?
Omdat het mijn moeder is!
Een andere familie kon na een bezoek aan het kinderziekenhuis de medicijnen niet betalen.
Nadat ze alles uitleggen spring ik op mijn fiets met een leerling achterop.
Acht apotheken later missen we nog steeds 2 medicijnen.
De drie andere medicijnen kunnen we al geven. Met een rekening krijg ik alles terug betaalt door The Dhaka Project.
Het ging om een rekening van 246 taka (2.5 euro) maar voor veel families is dit onoverkomelijk.
Zoals afgesproken was ik om 07:00 op de afspraak. Toch start de man een druk en theatraal gesprek.
Hij spreekt zo snel dat ik er niets van versta.
JAO (ga) zeg ik luid en hij springt achter zijn stuur.
Een truck blokt de weg. Over een achterlijk weggetje vinden we een alternatief.
Links en dan rechts wordt ik bijna uit het voertuig gekatapulteerd.
Een regenbui maakt mijn beide kanten nat. Het verkeer schiet goed op maar geleidelijk begint de ochtenspits op gang te komen.
Bussen en auto scheuren langs beide kanten luid toeterend voorbij.
Plots smak ik met mijn smoel en benen tegen de metalen kooi van de bestuurder. Hij ontweek op een haar na een slachtoffer.
Ik kan net mijn woede bedwingen om hem eens goed uit te schijten. Loempe kloot lispel ik.
Rechts ploft er een smeuige gele brij braaksel op het wegdek uit een voorbij tsjokkende bus. Mijn chauffeur roept nutteloos luid om zich heen naar de bus die al eind verder is.
Mijn nieuwsgierigheid inspecteert de brij op het wegdek. Ik herken rijst en lentils. In stilte schud ik mijn hoofd en vraag me af “waarom”.
Allerlei taferelen van een ontwakende grootstad passeren mijn waarnemende ogen.
Uit het niets wordt ik plots geconfronteerd met een bumper van een oude bus op ooghoogte en op een halve meter van me vandaan.
Mijn chauffeur lacht vriendelijk in zijn spiegel en kijkt of ik het niet erg vind.
Na een tijd krijgt hij problemen met zijn versnelling. Telkens we vetrekken schiet het ding weg in een sprong of valt het stil. Achter ons staan bloeddorstige voertuigen te hijgen en toeteren in mijn nek.
Na een uur sta ik voor de poort van de BRTA (Bangladesh Road Transport Authority). Vier uur later krijg ik de horen dat ik 15 dagen later naar Mirpur moet komen.
Betekent dat ik dan mijn rijbewijs mag afhalen? Geen antwoord, Next...
Drie uur eerder had ik een 10 minuten durend exaam afgelegd.
Gelukkig had ik tijdens het wachten gezelschap van eerst een Bengaalse diplomaten vrouw die naar Geneve trok. Later hield een gepensioneerde Luitenant Kolonel van het Bangladesh leger me gezelschap.
Hij had in de jaren 80 onze Koning Boudewijn en zjn vrouw bewaakt tijdens een staatsbezoek. Hij had nog steeds een kristallen souvenier.
Ben jij een buitenlander?
Zie ik er uit als een Bangladeshi?
Kletsnat van het zweet sta ik overvloedig te transpireren tussen een bende starende Bengalen in een overvolle trein. De mensen plakken langs alle kanten om me heen.
Enkele minuten eerder zat ik nog aangenaam te keuvelen in de “eerste klasse” wachtruimte van het treinstation.
In die wachtruimte had een man zijn lungi omhoog getrokken om een etterende zweer aan zijn edele delen te tonen. In een oncontroleerbare walging wend ik mijn ogen af. De man naast mij geeft hem 10 taka en vertelt me dat het een business is om te bedelen met lichaamsgebreken.
De jonge kerel op de trein vraagt mijn ticket en beloofd me naar mijn plaats te brengen.
Van wagon tot wagon klauter ik letterlijk over mensen heen. Via een groep jonge dames in kleurrijke sarees langs coole jongeren die met een zonnebril mij gefascineerd aanstaren en daardoor pas klanken produceren wanneer ik al lang gepasseerd ben via stokoude ineengekrompen oudjes die gehurkt op de bodem zitten met her en der een baby tussen hun pezige benen.
Met moeite forceer ik me een weg om enkele meters te winnen. Ik stoot mensen aan die geagiteerd reageren. Uiteindelijk leg ik mijn bagage op mijn hoofd om zo verder te worstelen.
Aan de reacties maak ik op dat de mensen dit wel smaken.
Ter plaatse zit er een moeder met 2 babies op mijn plaats. Een buitenlander, sta op hoor ik de jonge kerel zeggen.
Drijfnat en oververhit neem ik plaats zonder me te schamen voor de moeder. Zij zet zich voor me op de vloer. Links krijg ik eindelijk frisse lucht door het openstaande raam. Rechts straalt de warmte van de mensen op mijn lichaam.
Eens mijn lichaam kleverig is maar niet meer zweet geniet ik van het mooie landschap tot ik op mijn bestemming aankom.
Een corpulente vrouw worstelt zich een weg naar de uitgang. Opgewonden becommentarieert ze alles wat haar pad belemmert. Een man zegt haar wat kalmer aan te doen. HOU JE SMOEL! brult ze.
Haar saree hangt los. Een forse vetkwab resonneert zichtbaar met haar stem.
Met een kordate vingerstoot schiet haar bril hoger tot de wenkbrauwen het glas vullen.
Ze merkt dat ik haar aanstaar en in een zucht draait ze zich om en mept ze drie jonge meiden op de rug. Waar het volk uitdeint zie ik de koppen naar het midden draaien.
woensdag 27 mei 2009
donatie

Dhaka
Enkele weken geleden arriveerde er een lading zeep, tandpasta en tandenborstels uit Dubai.
De kinderen die aanwezig waren in de school kregen allen een deel van de donatie.
Sommige klassen kregen tandpasta en een tandenborstel andere kregen zeep.
Er waren enkele produkten tekort en met de hulp van jullie gift was het mogelijk om elk kind iets te geven.
72 tandenborstels en 30 stukken zeep werden aangekocht.
Het totaal was 1377 taka of ongeveer 14 euro.

dinsdag 28 april 2009
maart 2009
Bogra zaterdag 18 april 2009
De tijd vliegt, zonder dat ik het besef is er weer een maand voorbij.
Het volgende is geen doorlopende tekst maar eerder enkele korte onderwerpen.
Terug in Dhaka dacht ik verder te gaan waar ik vorig jaar was gestopt.
Namelijk les geven in de EK school van The Dhaka Project.
Dit feest ging echter niet door.
Vijf nieuwe leerkrachten waren net aangeworven en het aantal lesgevers was zo op peil.
Een gesprek met Korvi, de project directeur, bracht weinig opheldering.
Hij is niet echt geinteresseerd in het verbeteren van de sanitaire situatie in de sloppenwijk. Met andere woorden hij wil er geen cent in investeren.
Ik was nochtans naar Dhaka gekomen om les te geven en om de sanitatie te verbeteren.
De afgelopen maand heb ik mijn tijd vooral gevuld met het me aantrekken van allerlei situaties die niet goed of correct zijn.
Diegene die hier in feite voor verantwoordelijk zijn, zijn zich telkens bewust van de situatie maar zij schieten blijkbaar nooit in actie.
Passiviteit is een alomtegenwoordige houding in Bangladesh.
Wat ik al snel geleerd heb is : when you really care you are a pain in the arse for those who don't care.
Enkele voorbeelden :
Pahela Baishak, toneel voor Bengali nieuwjaar
Absenteïsme
Studenten die van school wegblijven. Normaal moet er iemand naar de familie gaan om kennis te vergaren.
Als je daar geen opmerking over maakt dan zal er niemand iets doen.
Veel tamtam en verontwaardiging en de indruk van belangrijkheid doet de mensen in actie schieten.
Met z'n 2 gaan we naar de familie maar als ik geen vragen stel zal er niet veel gebeuren.
Veel kinderen blijven van school weg om het gezinsinkomen aan te vullen.
Gelukkig kan je zo een aantal kinderen terug naar school krijgen. Maar ik heb ook geleerd dat teveel moeite doen een averechts effect heeft.
Mosharaf
Zo was er de vader van Mosharaf die zijn kind verplichte met een riksja te rijden. De vader, ergens in de vijtig, was een luie profiteur. Bij bemiddeling vroeg hij telkens om geld. Allerlei excuses om medelijden op te wekken en geen enkele interesse in de toekomst van zijn kinderen. Neem ze maar mee, ik ga met mijn vrouw terug. De man gebruikt drugs en alcohol, regelmatig krijgt zijn vrouw een rammeling.
We hebben allerlei argumenten gebruikt en voorstellen gedaan. Uiteindelijk is de man met zijn familie ergens anders gaan wonen.
Sommigen willen gewoon niet geholpen worden.
Veel mensen leven van dag tot dag, zij hebben geen langetermijn visie. Ze geloven daar niet in.
Huisbezoek
Iman Ali
Een man werd ontslagen en hij vroeg me om te bemiddelen bij Korvi.
Ik leer al snel dat het niet echt koosjer is van beide kanten.
Over een tijdspanne van enkele weken zijn er meerdere gesprekken. Ik krijg telkens andere verhalen te horen. Uiteindelijk zorgt Korvi voor een andere job maar de man weigert de nieuwe job. (7 op 7, 12 uur per dag voor 2500 taka, 25 euro, per maand).
Mensen in de gemeenschap, zelfs werknemers van TDP vragen me om zijn job terug te geven bij the dhaka project. De man is erg arm, 5 jonge kinderen en heeft een niet al te beste gezondheid.
Korvi wil hem zijn job niet terug geven omdat de mensen anders denken dat de buitenlander altijd gelijk krijgt.
Op een gegeven moment ben ik het zo beu dat ik Korvi de volle laag geef. Hij is zo aangedaan dat hij geen woord meer zegt.
Ben je aan het denken, vraag ik. Geen woord...
Sindsdien is het niet meer zo spontaan tussen ons.
Geen probleen voor mij. Ik vind trouwens dat een project directeur alles moet doen voor zijn project en niet naar de pijpen moet dansen van anderen.
Het zit namelijk zo, The Dhaka Project is nu wettelijk ondergebracht bij RSF, Rural Service Foundation.
RSF is een liefdadigheidsproject van Rahimafrooz een multinational uit Bangladesh.
RSF stippelt de te volgen route uit. Mij goed maar dat kan niet in het nadeel zijn van de kinderen waarvoor het project is opgezet.
RSF beslist om de maandelijkse huur van vele families niet meer te betalen. Terzelfder tijd moet het TDP kantoor uitgbreidt en vernieuwd worden.
Dit onder het mom dat wanneer je hooggeplaatste gasten uitnodigd, deze mensen zich comfortabel willen voelen.
Iedereen met zijn hoofd in de wolken omdat ze een beter kantoor krijgen. Op het zelfde moment zitten de mensen in de sloppen met hun handen in het haar omdat ze niet weten hoe ze de volgende maand moeten rond komen.
Ze halen hun kinderen van school om te gaan werken.
Ik stel me hardop de vraag of ze wel beseffen waar ze mee bezig zijn.
Er volgt weer een lange discussie waarvan beide partijen weten wie er gelijk heeft. Het ego staat in de weg om dat toe te geven.
Later vraag ik me af of ik er wel goed aan doe om me zo te laten gaan. Is het niet beter om met mijn kop in het zand te zitten en mezelf voor de gek houden dat alles goed is.
Gelukkig krijg ik de volgende dag onverwachtte complimenten.
Voorbeeld, de mensen kregen voordien hun huishuur betaalt door TDP. Ergens tussen 1000 en 1800 taka. Op een totaal inkomen van 3000 a 4000 taka is dit een groot percentage.
Men kreeg 3 maanden geleden het bericht dat de huishuur zou afgeschaft worden. Maar er is gewoonweg geen manier waarop je dat bedrag ergens anders kan recepureren.
Verder is er ook een raad van bestuur in Dubai die de werking van the dhaka project aanstuurt. De fondsen komen ook grotendeels uit Dubai.
Emirates Airlines foundation sponsort de helft van de maandelijkse uitgaven. De rest komt allemaal van prive initiatieven.
Toen ik Maria Conceicao onmoette in Dubai beloofde ik haar dat ik een maandelijks verslag vanuit Dhaka zou sturen.
Nu rapporteer ik maandelijks wat er gebeurt in de verschillende onderdelen van het project. Dit omdat zij geen vertrouwen heeft in de Bangladeshi.
Dit is overdreven volgens mij maar je moet wel alert blijven. Bangladeshi zijn dikke egoisten, het zit in de cultuur en niemand stoort zich er aan.
Medische voorziening in Bangladesh
Ongewild was ik betrokken bij de behandeling van een ziek kind van TDP.
Het had leukemie in een vergevorderd stadium.
In het eerste ziekenhuis wordt Billal niet opgenomen omdat de spoed enkel open is tot 14:00h. Wij arriveren een half uur te laat. De aanwezige arts kan het geen moer schelen.
Bovendien dropt de ambulance het kind op de stoep.
Per riksja gaan we naar DMCH (Dhaka Medical College and Hospital). Billal wordt opgenomen maar wat er zich daar afspeelt tart alle verbeeldingen.
Eén dokter voor honderden kinderen. Mensen liggen in de gang en onder trappen.
Billal heeft een bloedtransufie nodig maar de bloedbank is leeg. Een privébloedbank is de enig oplossing.
Alle medicatie en andere benodigdheden moeten eerst voorgeschreven worden en dan aangekocht worden buiten het hospitaal.
Voor testen moeten we naar een ander privé ziekenhuis.
Billal is enkele dagen later overleden.
Ik besef al snel dat je hier niet serieus ziek wil worden.
toneel voor health awareness program
Boekentassen
De boekentassen die de leerlingen gebruiken zijn in erbarmelijke staat. De schooldirectie had al meerdere malen om vervanging gevraagd. Een eigen onderzoek leerde me dat 31% van de leerlingen geen exemplaar meer hadden. De anderen hadden iets wat je de overschot van een boekentas kunt noemen.
Deze bemerkingen werden overgemaakt naar Dubai.
Bovenop allerlei instructies krijgt het lokale management er van langs uit Dubai.
Nu meer dan een maand later is er nog altijd geen nieuwe boekentas te bespeuren.
Het is wel amuzant om te leren dat de medewerkers stiekem genieten van de bolwassing van hun baas.
vakantie in Bhola
ECA
Na de reguliere lessen organiseerd TDP ook ECA (Extra Curricular Activities)
ECA zijn toneel, dans, muziek, tafeltennis, schaken, debateren,...
Op zaterdag help ik in de krantenclub. Dit is erg passief naar mijn zin. De leerlingen lezen in een Engelstalige gazet en de leerkrachten helpen hen hierbij.
Dinsdag en woensdag help ik in de gemeenschapsontwikkeling klas. Het is de bedoeling om met de leerlingen iets te ondernemen in de gemeenschap en zo deze gemeenschap te sensibiliseren. Bij elke uitstap resulteert dit eerder in een bende starende toeschouwers die benieuwd gapen naar iets ongewoons.
Van enige overdracht kun je nog niet spreken.
Het is wel opmerkelijk hoe de leerlingen begaan zijn met de verschillende onderwerpen
Verjaardag van Dr. Jahid
Samen met 3 andere vrijwilligers en de kantoormedewerkers vieren we de verjaardag van Dr. Jahid. Een heerlijke taart wordt weggespoeld met blikjes heineken en enkele flessen sterke drank.
De Bengalen laten zich gaan bij al dat lekkers en zijn al snel euforisch. Ze krijgen een losse tong en niet veel later ligt het eerste exemplaar uitgeteld op bed, een tweede braakt heel de badkamer onder en een derde ligt languit over de vloer.
Na 2 maanden was dit een meer dan welgekome uitlaatklep.
vakantie in Bhola, Rossie de project manager
Bhola
Eerder hadden we met Rossie, de project manager, van een driedaagse uitstap naar Bhola genoten.
Voor Bengalen is het van immens belang om in contact te blijven met hun oorspronkelijke geboortegrond.
Rossie heeft nooit in Bhola gewoond maar zijn grootmoeder woont er nog. Per ferry varen we Dhaka uit en de volgende morgen arriveren we in Bhola, één van de vele zuidelijke eilanden van Barisal.
We bezoeken bijna alle uithoeken van het eiland. Er is geen moment voorzien om even uit te rusten.
Omdat het een fieldtrip is bezoeken we enkele lokale ngo's.
We onmoeten de lokale minister tijdens een cricketmatch.
Tijdens een bezoek aan een viskwekerij zijn we getuige van een banale ruzie. Mannen gaan elkaar te lijf met glazen flessen en houten stokken. De aanleiding bleek de uitslag van een cricketmatch in het verleden.
De natuur is er mooi en het is een eiland waar je het gevoel hebt dat je ver weg bent van alles.
Het contrast is dan ook erg groot bij onze aankomst in Dhaka. De buriganga rivier staat laag en stinkt verschrikkelijk.
vakantie in Bhola
Sanitatie
Ondertussen scherp ik mijn kennis aan in verband met sanitatie in verstedelijkt gebied.
Samen met de ambitieuze Rossie, TDP-project manager, proberen we alsnog iets aan de sanitaire situatie te doen.
We bezoeken een project van WaterAid Bangladesh, waar we zien dat succes mogelijk is.
Het ingezamelde geld zal hier mogelijk naartoe gaan.
Maar ik wil duurzame veranderingen. Hier zijn gezinnen zonder WC. Het is gemakkelijk om een WC te geven maar als ze hun gedrag niet aanpassen is het WC na een maand terug een verschrikkelijke zwijnenstal.
Pahela Baishak
Op 14 April vieren de Bengalen Pahela Paishak, het Bengali nieuwjaar.
Iedereen groet elkaar met shuvo nabo borsho (happy new year).
Wij, 3 vrijwilligers, werden op sleeptouw genomen door Shymul, medewerker bij TDP.
De meest uitgebreidde vieringen vinden plaats rond Dhaka University. Op deze dag eet iedereen pantha bhat. In feite rijstoverschot van de vorige dag die bewaard word in water. Dit is/was een truc van de arme plattelandsbewoners.
De rijst krijgt een specifieke smaak. Tezamen met Hilsa vis en chutney wordt dit een heerlijk gerecht.
Tijdens onze lunch werden we overvallen door een cameraploeg die prompt een microfoon onder mijn neus plaatste.
De volgende dag was er een toneel op school opgevoerd door kinderen van TDP.
Het is verbazend hoe graag kinderen hier toneel spelen, dansen en zingen.
Skype : ferre3453
Foto's : http://picasaweb.google.com/travel741
Groeten
Fried
woensdag 8 april 2009
Februari 2009
Bogra, Rajshahi provincie Bangladesh 24 Februari 2009
In Dubai ontmoet ik Maria Conceicao, de stichtster van het Dhaka Project. Een gedreven jonge vrouw met enkele excentrieke trekken.
Twee dagen na mijn aankomst verlaat ik het Dhaka Project om eerst een korte fietstocht te maken.
Op zoek naar een slaapplaats in Sibpur wijst iedereen me naar overal maar vooral niet naar wat ik aan het zoeken ben.
Later die avond wandelt de concierge van het government resthouse met me mee.
Een mentaal gehandicapte zit gehurkt naar me te staren. Als ik mijn hoofd draai zie ik nog net hoe de concierge geluidsloos de man met heftige oog- en hoofd gebaren aanmaant om weg te gaan.
Bij een bezoek aan het politiebureau praat ik even met een gevangene. Hij rijkt me de hand en ik aarzel eerst om dit gebaar te accepteren.
Hij bleek een politiek gevangene te zijn die op basis van geruchten was opgepakt.
De regio telt ongeveer 300.000 inwoners die kunnen beschikken over 46 luie politieagenten.
Het was al laat op de avond en er was een komen en gaan van mensen. Een luidruchtige menigte stond druk aan de balie te ruzien en even snel was het leeg en stil gevolgd door een gelijkaardig tafereel.
Moeiteloos geraak ik tot in de hoogste regionen van het politiekorps op het gelijkvloers.
Met een snelle slag drukt de officier op een knop midden op het bureau. Vliegensvlug komt een man binnen die nederig de taak accepteert om snel thee te brengen in het goede servies.
Via een propere raam heb ik een prima zicht over wat zich voor en achter de balie afspeelt.Net weg uit onze hoogtechnologische wereld fiets ik s morgens vroeg in de nevel door het rustige platteland. Ik vraag me constant af waar ik ben omdat onze werelden zo ver van elkaar liggen.
Het valt me ook op hoe iedereen elkaar imiteert in bepaald gedrag.
Bijvoorbeeld het oppompen van een fietsband, het geluid van boeren tegen hun dieren of mensen onderling om uit de weg te gaan is heel anders dan bij ons.
“Hhhut huthut” vanuit de keel, roepen de boeren tegen hun rund als het de verkeerde kant op dreigt te gaan.
Op de akkers is men al vroeg bezig rijst aan het planten voor het borro seizoen (de grote oogst). De enige geluiden zijn deze van vogels en een zware dieselpomp die in de verte irrigatiewater oppompt.
Ik zie mensen ter plaatste stappen op een constructie van 2 op en neer gaande bamboestokken om zo water op te pompen.
Hoofdwegen vermijdend slalom ik kriskras over smalle stoffige kronkelende paadjes langs de paddy velden die, nu het droog seizoen is, diep in het landschap liggen.
Ik ga in op een uitnodiging van een leraar om zijn school te bezoeken. Het is in een klein dorpje op de grens met India. Hij praat deningrerend over de kinderen. “Their mind is idle and we have to put something in it but they are too lazy”. Vier leerkrachten geven les aan ongeveer 300 kinderen. Een shift in de voormiddag en 1 shift in de namiddag.
De kinderen werken eerst thuis en zonder zich op te frissen wandelt men ongestoord rond 10.00h de klas in. Mijn bezoek is een uitgezen kans om even geen les te gegeven.
Lager onderwijs is gratis in Bangladesh maar door het corrupte systeem is zelfs dit niet waar. Leerlingen betalen de directie om hun examens te kunnen doen.
Bedragen varieren naargelang de afkomst. Twintig tot honderd taka maar voor veel families zijn deze bedragen onoverkomelijk.
Links van mij zie ik de grens met India afgebakent met hoge prikkeldraad terwijl ik Zuidwaarts verder fiets door een licht golvend landschap. De hoogtes zijn begroeit met dikke vegetatie. Rood-oranje huisjes, opgetrokken uit de lokale ondergrond zorgen voor wat afwisseling.
De dalen zijn weidse open vlaktes die gebruikt worden voor de landbouw.
Plots houdt de weg op te bestaan. Nergens een pad te bespeuren. Ik fiets terug naar de bazar en vraag instructies.
Ik noem de naam van een plaats in de richting die ik uitwil en de mensen sturen me over een schoolterrein en via een uiterst smal steegje naar een ander pad.
Diep in een afgelegen regio als deze veroorzaak ik veel verbaasde reacties. Als ik even stop voor een woordje uitleg krijg ik ofwel aanmoedigingen of nog meer fronsende wenkbrauwen.
Het is reeds over de middag wanneer ik besef dat ik in vogelvlucht nog niet veel ben gevorderd. Ik zal moeten voortmaken wil ik voor het donker een slaapplaats vinden.
In het Zuid Oosten van Bangladesh bevinden zich de Chittagong Hill Tracts.
Hier wonen verschillende stammen met een totaal andere cultuur en gewoontes dan de Bangladeshi.
Omdat ze verdrukt werden/worden en omdat hun woongebied ingepikt werd/wordt zijn ze in de jaren 70 een guerrilla oorlog begonnen. In de vroege jaren 90 zijn er 2 buitenlandse hulpverleners ontvoerd. Sindsdien is er een vredesakkoord.
Het gevolg is dat je nog steeds een toelating moet vragen om het gebied te bezoeken.
Ik heb geen zin in al dat omslachtig gedoe en fiets zo ver tot men mij terug stuurt.
Bij de eerste checkpoints wuif ik terwijl ik hello roep naar de militairen.
In Ramgarh waar ik een overnachtingsplaats zoek stoot ik op Tomal een veel te eerlijke student.
Hij loodst me naar het resthouse van de TNO, thana nearby officer (burgemeester) omdat dit het best is.
Ik vraag een simpel hotelletje om zoveel mogelijk anonimiteit te hebben.
Alhoewel dat hier als buitenlander een ijdele hoop is.
De caretaker is niet echt opgezet met mijn aanwezigheid en eist een geschreven toelating.
We bezoeken de politie, BDR (tak van het leger) en de TNO. Allen hebben geen bezwaar tegen mijn verblijf.
De caretaker is ondertussen spoorloos verdwenen en na lang wachten ga ik mee naar Tomals huis om me daar op te frissen en wat te slapen.
Later op de avond besluit Tomal de TNO op de hoogte te brengen van het feit dat ik daar blijf overnachten.
De TNO vindt dat geen goed idee en beslist dat ik in het resthouse moet slapen. Hij geeft tevens in het Bengali een scheldseranade dat we hem niet moeten storen.
De caretaker is niet de vermurwen en eist een geschreven document wat niemand wil of kan geven.
Alles wordt op zijn Bangladeshi afgehandeld namelijk inefficient en de verantwoordelijk uit de weg gaan.
Ondertussen is zich een ware klucht aan het ontwikkelen. Onderweg naar het politiekantoor neemt Tomal de tijd om de plaatselijke Hindu tempel en de kerk te laten zien.
Is het niet beter dat we voortmaken, zeg ik ongëinteresseerd.
Wat zeg je?
Na 2 herhalingen zeg ik dat het een mooie tempel is.
Mischien bidt hij stiekem voor een positieve afloop.
Iedereen is akkoord maar niemand onderneemt ook maar iets. Wil je thee vraagt een politieagent die zijn familiegeschiedenis uit de doeken doet.
De electriciteit is uitgevallen. Een ledverlichting van een gsm brengt wat licht. Verder is het muisstil op wat insectengeluiden na.
Ik zou graag een slaapplaats hebben merk ik droogjes op, waar dat maakt me niet uit.
Plots schiet men toch in actie en worden er allerlei instanties opgetrommeld. Meerdere malen worden mijn paspoortgegevens genoteerd. Men stuurt twee gewapende politiemannen mee naar het resthouse die mij zullen bewaken vannacht.
Het is 23:00h wanneer ik eindelijk de deur van mijn kamer kan sluiten.
Tomal kreeg discreet het bevel om mij de volgende dag door te sturen. Waarschijnlijk omdat men beschaamt was over hoe klungelig men de situatie afgehandeld heeft.
Gelukkig heb ik nu een papier dat mij doorgang verleent aan de verschillende checkpoints.
Het terrein is erg heuvelachtig en je ontwikkelt een verwachtingspatroon qua ritme van stijgen en dalen gebaseerd op het onmiddelijke verleden.
Zonder dat ik het besef krijg ik plots een col buiten categorie te verwerken. Ik pers alles uit mijn lijf om dan zijdelings tegen de bergflank stil te vallen.
Mijn porien spuwen dikke zweetdruppels op mijn huid.
Ik vloek en puf, wuif ondertussen naar de voorbijrazende bussen met verbaasde passagiers die door de ruit hangend mij aanstaren alsof ik een gek ben.
Na de klim daal ik af naar Khagrachhari, een middelmatige stad in tribal land. De grote meerderheid zijn mensen met een Aziatisch gelaat en ze spreken een andere taal.
Marma, Chakma, Mru zijn enkele van de stammen.
De streeks is doordrenkt met militairen. Als ik met de fiets de verharde wegen verlaat stoot ik vroeg of laat wel op een legerbasis.
Na een eerste kennismaking wordt er rondgebeld en ik hoor dat ze het over mij hebben. Dit vermijd ik liever omdat ik geacht word om niet alleen op stap te gaan.
Al fietsend word ik de pas afgesneden door een jeep die voor mijn neus stopt. Vijf zwaarbewapende militairen omsingelen mij.
Jij weet toch dat je hier niet mag fietsen, het is hier gevaarlijk!
Een half uur later word ik bij een kolonel ontvangen alsof het een staatsbezoek betreft.
Frisdrank, snacks en thee worden door piekfijn geklede obers opgedient. Foto's worden genomen terwijl ik een luchtig gesprek heb met de kolonel.
In zijn jeugd (1968) had de kolonel ooit een Japanse fietser ontmoet in Sylhet, dit sprak in mijn voordeel.
Daarna krijg ik een hele lithurgie over de gevaren van deze regio. Ik beaam zijn preek en werp dan wat tegenargumenten op.
Niet veel later fiets ik al fluitend de legerbasis af met de zekerheid dat nu alles in kannen en kruiken is.
Zet u, krijg ik te horen bij de volgende checkpoint. Neenee geen tijd en ik vertel overtuigend van mijn ontmoeting met de kolonel.
Daar hebben wij geen affaire mee dit is een ander gebied.
Ik wacht en wacht en wacht. In Bangladesh lijdt iedereen aan dezelfde chronische ziekte namelijk niet tot actie overgaan.
Naast de weg zit ik in een bamboehut te wachten. Ik word ambetant en vervelend. Kijk zie daar iemand onderneemt een actie. Via zijn walkie talkie wordt er wat over en weer gesemmelt, als er ontvangst is tenminste.
Twee jeeps stoppen in alle hevigeid voor de hut. Een grote stofwolk neemt langzaam bezit van de hut. Tien militaren omsingelen de plaats.
De elfde stapt op me af en vraagt vriendelijk of ik de foto met de kolonel wil wissen van mijn camera.
Zelf neemt hij nog een foto van hem en mij op zijn camera.
Als ze vertrekken werpen ze weer een stofwolk op die ik in alle stilte langs de weg mag verwerken.
Allez mannen duurt dat nu niet lang!?
Vier uur later stapt captain Shamin op me af. Hij excuseert zich voor de lange wachttijd.
Slechte communicatie krijg ik als excuus.
Boven in de legerbasis krijg ik een heerlijke maaltijd op een terras met een prachtig uitzicht over de vallei.
Mag ik nu doorfietsen. Geen probleem maar er rijdt een jeep voor en achter je. Ik bedank voor de eer en laadt alles in de jeep. Onder mijn voeten liggen enkele gammele vuurwapens.
Na 4 dagen is dit eindelijk iemand die zijn job uitvoert zoals het hoort.
De jeep stopt aan een checkpoint in Rangamati. Niemand zegt iets en ik wacht. Al die militairen spelen mister nice guy met mij, willen mijn contactgegevens etcetera.
Bleek dat ik daar voor niets zat te wachten die gasten waren zich wat aan het amuseren met mij!
Ik zucht eens diep en smijt in het Vlaams wat verwijten naar hun hoofd!
Terugkijkend op de dag realiseer ik me dat het voor die militairen belangrijker is om een goed figuur te slaan met de buitenlander dan het uitvoeren van de taken.
De volgende dagen wuif ik met een brede glimlach telkens naar de verschillende checkpoints. Hier en daar registreer ik me en vertel dat ik de afgelopen week geen enkel probleem heb gehad. Dit is genoeg om me door te laten.
Ik doorkruis van noord naar zuid de hele Chittagong Hill tracts.
Het is er zalig fietsen.
Verlaten wegen door aangetaste natuur, totaal andere culturen.
Bijvoorbeeld mannen en vrouwen die om beurt aan een reuzegrote bamboe pijp lurken en die zonder elkaar aan te kijken door geven.
In groepjes zit men vredig en voldaan samen.
Zoals de Bangladeshi verslaafd zijn aan lawaai is men hier verslaafd aan stiltMet een schip van de BIWTC (bangladesh in water transport corporation) doorkruis ik de Golf van Bengalen. We doen twee eilandjes aan Sandwip en Hatyia genaamd. Geen van beiden lijken uitnodigend om op avontuur te gaan.
Nadat ik om 05:00h nogal tactloos van de boot ben gezet, arriveer ik pal op de middag ik in Bagerhat.
Heel uitzonderlijk voor dit land rijd ik een stadcentrum in zonder uitzinnige reacties los te weken. De mensen lijken bezeten door een besmettelijke loomheid. Ik kijk tegen neergelaten stalen rolluiken, de winkels die open zijn worden geflankeerd door gapende, neuspeuterende of slapende individuen.
Ik check in in hotel Mohona. Het papierwerk is voor later en een korte hevige draai met de nek van de kerel achter de receptie vertelt me dat ik naar boven kan.
Een jongen leidt me 5 verdiepingen hoger naar een kamer net onder het dak.
Twee emmers water worden door het toilet en de badkamer gezwiept.
De fan die ik net gestart had wordt plichtsbewust terug gestopt door Parveen, de kuisvrouw. Met een bundel takken wordt de kamer geveegd.
Gebukt werkt ze snel en kordaat als een robot. Enkel de gemakkelijk bereikbare plaatsen krijgen een beurt.
Leunend tegen de deurlijst met haar arm hoger dan haar hoofd en hevig kauwend op enkele brokken paan, (paan is een noot die licht narciotisch is en het speeksel bloedrood maakt) begint ze een gesprek.
Ze spreekt me aan met bhai (bhai, letterlijk broer maar wordt gebruikt om mannen vriendschappelijk aan te spreken).
Praten is voor haar een kunst en op het eind vraagt ze baksheesh (fooi). In mijn borstzakje zie ik 4 taka en leg het in haar ver opengesperde handpalm.
De kamer is donkergrijs, de kleur van cement. Er staan donkere meubelen die de boel bepaald niet opfleuren.
Bangladesh is geen land waar jij beslist hoe de dingen verlopen. Je ondergaat het, zelfs 's nachts bepaald Bangladesh of jij beroep moet doen op je altijd maar verder rekbare tolerantie en geduld.
Net ingedommeld wordt ik brutaal gewekt door een verschrikkelijke playback show in iemands tuin. Bengalen hebben geen notie van raffinement. Als het maar lawaai maakt, liefst lelijk lawaai. Er wordt niet gezongen maar gekrijsd en geroepen.
Het plafond is een betonnen plaat. De zonnewarmte wordt heel de dag opgenomen en afgegeven in de kamer. Het zijn in feite broeicellen die kamers.
In bloot bovenlijf zit ik in een stoffige fauteuil voor de open raam, de zachte bries voelt heerlijk.
Enkele rijkende pezige vingers door het traliewerk trekken de aandacht in mijn ooghoek.
Bhai dit, bhai dat. Parveen prijst haar eigen werkijver weer. Heb jij geen job voor mij in je land?
Met verveling in mijn stem zeg ik dat mijn kamer prive is. Ze begrijpt de boodschap en zonder een woord is ze verdwenen. De zachte bries keert weer terug over mijn rug.
PANI NA PANI NA (GEEN WATER) bulderd een loodzwaare stem door het hotel.
De electriciteit is uitgevallen en een jongen brengt een kaars om de donkere nacht een beetje kleur te geven.
Door de cementkleurige muren is er weinig reflectie en heeft een kaars weinig effect.
PANI NA PANI NA-CARRANT NA CARRANT NA (GEEN ELECTRICITEIT) WAT IS DAT HIER VOOR EEN KEET bulderd diezefde zware stem gefrustreerd door de gang.
Ji sar-ji sar-ji saaaar (jawel meneer) prevelt de jongen.
Nieuwsgierig ga ik in mijn openstaande deur een kijkje nemen.
Een reusachtige Bengaal, zijn contouren enkel verlicht door kaarslicht, staat slechts gekleed met een lungi, die als een perfecte cylinder rond zijn vette buik hangt, op de gang.
Het valt mij op dat zijn voeten niet voorwaarts gericht zijn maar zijwaarts.
Hij merkt me op, aarzelt even en doet dan verder tegen de jongen die snel daarna de trappen aftrippelt.
Fietsen in Bangladesh is verre van aangenaam als je de hoofdwegen volgt. Roekeloze bestuurders, mensen die je per fiets volgen omdat ze niets anders te doen hebben, studenten die je als een ”eenmaal in hun leven kans” zien en daardoor wanhopig aan je vel blijven plakken en je bombarderen tot beste vriend. Mensen die allerlei Chinese geluiden produceren om hun eruptie aan dwangedrag te kanaliseren bij het zien van een vreemdeling
Ik vind zowaar een weg met een losliggend fietspad. Normaal is een fietser gedoemd om over de witte zijlijn te balanceren als hij niet van de weg wordt gedrukt.
Toch verlaat ik dit fietspad om zo de velden in te duiken. Ik vraag de weg maar de mensen wijzen me terug.
Halsstarig blijf ik vragen tot er iemand beaamt dat ik zo verder kan. Een pad over de bodem van een overstroomgebied tijdens de moesson. De bootjes liggen langs het pad in het stof.
Zo arriveer ik in Gulta, een piepklein dorpje waar alles de kleur heeft van de natuur. Een centimeters dikke laag poederstof spat uiteen als ik er door fiets. Zelfs de bomen hangen tot in de kruin vol stof.
Hier bevindt zich een missiepost en Father Daniel is blij om een gast te ontvangen.
Hij heeft de gewoonte een diepe rollende keelklank te maken als iemand in zijn weg staat. Bij het horen van deze klank gaan de mensen zonder omkijken van het pad.
Vijf nonnen zorgen voor de werking van het dispensarium.
Ik krijg 2 nonnen mee om het kleine dorp te verkennen. Hier leven vooral mensen van de Orao stam, oorspronkelijke bewoners van dit gebied maar verdrukt door de Moslim Bengalen.
De ene is een mollige kleine praatgrage non en door haar roze kleed en de vinnigheid van haar bewegingen doet ze me denken aan een hommel. De andere is een ranke staak die altijd in het oneindige lijkt te turen en verlegen wegkijkt als ze beseft dat ik haar aankijk.
De hommel voert altijd en overal het woord. Als we een binnenhof betreden trekt ze de kleren van de vrouwen fatsoenlijk met het nodige commentaar. Als er potten staan piept ze onder het deksel om te kijken wat de mensen eten.
Vier sterke prachtig stralende Orao vrouwen zijn trots ons te ontvangen.
Het volgende gezin is het slachtoffer van een ware familietragedie. Een zoon die het zorgvuldig opgebouwde kapitaal van de ouders opgezopen heeft en te lui is om te werken. Hij had een voorname positie in de gemeenschap en was politiek leider.
Het wordt natuurlijk niet toegegeven maar de oorzaak van deze tragedie staat wat verder achter een paal naar ons te kijken. Zwaar gehandicapt met 2 misvormde armen, een 10 jarige jongen. Ik praat er wat tegen maar het kind blijkt doofstom.
Het heeft een zachte onschuldige uitstraling. Ik smelt voor zijn immens eerlijke blik. Ik krijg een krop in mijn keel en pers een traan weg uit mijn wimpers.
Ik aai door zijn haar maar dat is lang niet gewassen. De aai wordt zo een hoofdschudding.
Met zijn 2 stompen omhelst hij andere kinderen. Hij dartelt nieuwsgierig rond.
De man heeft zijn familie al een tijd in de steek gelaten. Hij leeft met een andere vrouw samen. De grond blijft van hem en is zijn bron van inkomsten de rest van de familie heeft het huis maar moet voor de rest zijn plan trekken.
De hommel vertelt dit allemaal ongegeneerd en de achtergebleven familie staat er gelaten bij.
Het vervallen huis met 2 verdiepen verraadt de welgestelde geschiedenis. Tot overmaat van ramp is een zuster van de vrouw zwaar ziek. Een beet van een insekt veroorzaakt door samen met dieren in het zelfde gebouw te slapen.
De ziekte wordt hier zwarte koorts genoemd.
Enkele huizen verder leeft een gelukkig stel met een 18 dagen oude baby. De non neemt de baby met het hoofd vast en laat de rest van het lijfje slingeren, knijpt nog eens fel in de wangen en de baby begint de krijsen.
De non lacht en brabbelt wat. Rare gewoontes die Bengalen.
Een zware stem aan mijn deur vraagt of ik zin heb in een glaasje. Met een vriendelijke zattemansglimlach kijkt Father Daniel mijn kamer in.
Hier is werkelijk niets, enkel een plattelandsdorp met een missiepost.
Tussen de regels besef ik wel wat hier gebeurt.
Alhoewel bekeren in Bangladesh verboden is werft de Kerk nieuwe leden.
Hier is een hostel voor jongens en meisjes. Het zijn kinderen van de ontelbare landloze mensen (straatarme mensen, vaak tribal mensen zonder geloof). De kinderen krijgen onderdak, voeding en onderwijs als wederdienst worden ze katholiek opgevoed.
Het was duidelijk te merken dat Father Daniel al van de fles had geproefd. Hij waggelt en stampt per ongeluk tegen enkele stoelen. Hij schenkt me een glas in en vertelt me dat dit hem helpt om het leven hier wat draaglijk te maken.
Dit was een kort relaas van een avontuurlijke fietstocht door het zuiden van Bangladesh.
Ondertussen ben ik al terug in het Dhaka project.
Groeten
Fried
